donderdag, december 29, 2005

De Grosse

De Grosse is een een gezegelde kopie van de kredietakte en is voorzien van het verlof tot tenuitvoerlegging, de zegel en de handtekening van de notaris. Daardoor is de Grosse de basistitel van de schuld.
In tegenstelling tot de notariële akte, waarvan zoveel afschriften als men wil,kunnen bekomen worden.

vrijdag, december 23, 2005

Huurder herstelt

Als een huurder herstellingen uitvoert die normaal gezien ten laste zijn van de verhuurder, wordt u als verhuurder belast op de waarde van deze werken, tenzij u contractueel bepaalt dat alle werken ten laste zijn van de huurder. Handig als u verhuurt aan uw eigen vennootschap?

woensdag, december 21, 2005

Wijzigingen woonfiscaliteit

Er worden wijzigingen doorgevoerd m.b.t. de woonfiscaliteit. De wet is nog niet gestemd, maar zal ingaan vanaf 1 januari 2005 (!) met terugwerkende kracht. Aan het hierna besproken ontwerp zal zogoed als zeker niets meer wijzigen.
U zal voortaan extra tijd krijgen, zo o.m. tot 31.12 van het jaar volgend op het jaar van afsluiting van het krediet om een bestaande woning te verkopen en om zo de woonbonus te kunnen genieten.

dinsdag, december 20, 2005

Huur aftrekken aks beroepskosten

Fiscaal bent u als verhuurder (natuurlijk persoon) ?gezien? als uw huurder zijn privéwoonst ook beroepsmatig gebruikt. Maar wat is beroepsmatig ? Recentelijk werd er ter zake een verfrissend arrest geveld?
Het feit op zich dat een huurder zijn huur aftrekt als beroepskosten, bewijst niet dat het verhuurde goed beroepsmatig wordt gebruikt. Alleen op basis daarvan kan volgens een recent arrest de verhuurder niet belast worden op de werkelijke huur.

maandag, december 19, 2005

Opzeggen verzekeringen

Vergeet niet ruim op tijd je verzekering op te zeggen. Elke verzekering en makelaar heeft andere termijnen. Best ook om je opzeg via een aangetekend schrijven te doen.

woensdag, december 14, 2005

Nuttige adressen en telefoonnummers

Koninklijke federatie van het Belgisch Notariaat

Bergstraat 30-32
1000 Brussel
02-505 08 11
www.notaris.be

Belgische Vereniging van Banken

Ravensteinstraat 36 bus 5
1000 Brussel
02-507 68 11
www.abb-bvb.be

Beroepsvereniging van Verzekeringsondernemingen (Assuralia)

De Meeûsplantsoen 29
1000 Brussel
02-547 56 11
www.assuralia.be

Centrale Administratie der Directe Belastingen

Financiëntoren bus 32
Kruidtuinlaan 50
1010 Brussel
www.fiscus.fgov.be

Beroepsinstituut van Erkende Boekhouders en Fiscaliteiten

Legrandlaan 45
1050 Brussel
02-626 03 84
www.ipcef.be

dinsdag, december 13, 2005

Variabele rente is zwaard van Damocles...

Bouwen of verbouwen is een financieel avontuur. Een avontuur, zo waarschuwen sommige specialisten, dat voor een groeiende groep gezinnen slecht dreigt af te lopen. De periode van extreem lage rente lijkt achter de rug. Wie een lening afgesloten heeft met een jaarlijks aanpasbaar tarief zal dat de komende jaren allicht voelen in de portemonnee. Nogal wat gezinnen, waarschuwen sommige experts, zullen hun leninglast zien oplopen tot een peil dat ze niet meer aankunnen. Het huis verkopen dreigt dan de enige oplossing te zijn. John Romain, de man achter het netwerk van Immothekers dat nu al ruim 10 procent van de bouw- en kooplustigen adviseert, relativeert die stelling.


De Belg bouwt bijna zonder er bij na te denken. Het bezit van een eigen huis zit hem zo in de genen dat elke rationaliteit moet wijken. Toch is vastgoed kopen niet zo vanzelfsprekend. Kijk maar naar onze buurlanden, waar een veel groter deel van de bevolking huurt. Maar geld was de jongste jaren abnormaal goedkoop en dus werd er duchtig op los gekocht en gebouwd. De komende maanden en jaren dreigt daar verandering in te komen. Hoe staan die vele duizenden gezinnen en alleenstaanden er voor die de jongste jaren toehapten en aanvaard hebben dat de bank de rente op hun krediet jaarlijks kan aanpassen?

Een derde van het gezinsinkomen, dat beschouwen de meeste financiële planners en overigens ook de consumentenorganisaties als het plafond voor de aflossingen in het kader van een woonkrediet. Uiteraard kan dat percentage wat oplopen voor hoge inkomens, want die houden ook met een veel kleiner percentage van hun loon nog meer dan genoeg over om een gezin comfortabel draaiende te houden.

In Frankrijk werken ze met een andere vuistregel. Je mag niet meer lenen dan vier keer het netto jaarinkomen. Ook die vuistregel geldt vooral voor lage- en middeninkomens.

Het is natuurlijk een contradictie dat het precies de hogere inkomens zijn die veel minder moeten lenen. Mogelijk volstaat drie keer hun jaarinkomen al ruimschoots voor een fraaie villa. Terwijl vier of zelfs vijf keer een bescheiden inkomen maar zelden zal volstaan voor een gezinswoning, hoe eenvoudig ook.

Om vooral die laatste groep wat te helpen, heeft de overheid een heel programma klaarstaan van allerhande subsidies. Maar ook daarin schuilt een vreemde contradictie. Om in aanmerking te komen voor de meeste van die programma's, moet je inkomen echt al op het marginale af zijn, en dan volstaan al die steunmaatregelen nagenoeg nooit om je over de drempel te tillen.

Ook hier hebben de hoge inkomens zelden last om hun droom te financieren. De echte ,,sukkelaars'' behoren tot de middenklasse. Hun inkomen ligt ruim te hoog om in aanmerking te komen voor om het even welke overheidssteun, een sociale woning lukt enkel met de nodige politieke steun, en om zich een gewone woning te kunnen permitteren, moeten ze financieel erg diep gaan.

De jongste jaren steekt de rente een handje toe. Lenen om een grond of woning te kopen is nog nooit zo goedkoop geweest, om het even of je nu leent tegen een vast of een variabel tarief. Wie voor dat laatste kiest, moet wel beseffen welke risico's hij neemt. Je leent immers voor een lange periode. Wat als de rente de komende jaren begint te stijgen? Kan het gezinsbudget die last aan?

Wie het ermee eens is dat de bank de rente jaarlijks kan aanpassen aan de evolutie op de kapitaalmarkt, betaalde tijdens de zomermaanden nog zowat 2,6 procent, nu en dan iets meer, vaak nog wat minder. Voor een formule met een rente die 20 jaar onveranderd blijft, rekenden de goedkoopste banken nauwelijks 3,8 procent aan.

Niet verwonderlijk dat de markt afgelopen jaar overspoeld werd door een vloedgolf van herfinancieringen. Drie keer op vier, blijkt uit de cijfers van de Immothekers, wordt daarbij gekozen voor een vaste rente. Gelijk heb je, als het budget niet bestand is tegen een rentestijging. De opluchting in sommige gezinnen zal groot zijn, nu blijkt dat de tarieven de jongste weken duidelijk stijgen.

Wie geleend heeft tegen die 2,6 procent en jaarlijks het risico loopt op een herziening, kan in het slechtste geval vanaf het vierde jaar 5,2 procent betalen. Voor een lening van 100.000 euro stijgt de maandelijkse last daardoor van dik 530 tot meer dan 660 euro. Per jaar betaal je dus in het slechtste scenario zowat 1.600 euro meer dan aanvankelijk voorzien.

Voor sommige gezinnen zou dat wel eens het verschil kunnen zijn tussen net rondkomen en in de problemen geraken. Maar is dat ook zo in de praktijk, of zijn gezinnen die zich financieel te ver wagen de uitzondering? En hoeveel lenen de Vlamingen eigenlijk gemiddeld? En tegen welk tarief? We maakten een afspraak bij de Immotheker en namen onze zakcalculator erbij.

Luc Coppens
Bron: De Standaard


Impact rentestijging op gezinsbudget beperkt

De stijgende rente hoeft gezinnen en alleenstaanden met een woonkrediet niet in de problemen te brengen. Uit statistieken van de Immotheker blijkt dat de meeste gezinnen tegen een stootje kunnen.

Niet alle banken staan trouwens te trappelen om hun officiële tarieven te verhogen. Dat heeft te maken met de zogenaamde referentie-index. Die wordt bepaald door de Nationale Bank en geldt als referentie voor de tariefaanpassingen bij hypotheken met variabele rentevoeten. Bij een aanpassing van de officiële tarieven moeten de banken automatisch voor alle nieuwe leningen die ze nadien afsluiten, de officiële referentietarieven gebruiken van de maand voor de aanpassing. Als die hoger zijn, beperkt dat de mogelijkheid om later de rente nog te verhogen.
Minder gunstige scenario's

Een gezin dat kiest voor kopen in plaats van bouwen blijkt gemiddeld over een lager inkomen te beschikken (zie tabel) en heeft ook merkelijk minder gespaard. Maandelijks 325 euro. Als we ook daarvan maar de helft nemen omdat het andere deel allicht toegestopt werd door de ouders, beschikt het gezin over een woonbudget van 695 euro.

Als de rente de komende maanden maximaal stijgt, en na verrekening van het fiscaal voordeel, blijft er dan een tekort van bijna 10 euro per maand, dat allicht ruim gecompenseerd wordt door enkele loonindexeringen. Maar het is duidelijk dat een gemiddeld gezin dat afgelopen jaar een bestaande woning kocht, duidelijk minder goed uit de ,,strijd'' komt.

En alleenstaanden? Zij moeten het uiteraard met een veel kleiner netto-inkomen rooien dan tweeverdieners, maar sparen doen zij als de besten. Bovendien is hun woonproject doorgaans een stuk bescheidener. Logisch, vaak kiezen zij voor een appartement.

Dat alles belet niet dat hun marge nog kleiner is. Gemiddeld moeten zij na verwerking van het fiscaal voordeel nog altijd meer dan eenderde van hun netto-inkomen aan de aflossing van en de rentebetalingen op hun lening besteden. Bij gezinnen is dat zelfs bij aankoop van een bestaande woning minder dan 29 procent. Bouwers moeten hooguit een kwart van hun maandinkomen aanspreken.

Kwestie van levensstijl

Of een vastgoedavontuur goed afloopt - om het even of het nu om gezinnen of alleenstaanden gaat - hangt in de eerste plaats af van de levensstijl. En je kan er niet omheen dat die de jongste decennia aardig wat luxueuzer is geworden.

Waar is de tijd dat aan het huis kopen jaren van sparen vooraf gingen, waarbij de consumptie zowel vóór als na de eerste jaren na de aankoop op een laag pitje werd gehouden? Nu zijn we niet meer bereid om die offers te brengen.

Twee auto's, enkele gsm's, ten minste één computer met internetverbinding, één, maar eigenlijk liever twee keer per jaar met vakantie: het hoort allemaal tot de ,,standaarduitrusting'' van de meeste Vlaamse gezinnen. Als je dan bedenkt dat tot het begin van de jaren vijftig zowat de helft van het gezinsbudget besteed moest worden aan voeding... Toen was een eigen huis het privilege van de echte rijken.

Om toch enigszins objectief te blijven halen we de Franse norm er weer bij. Niet meer lenen dan vier keer het jaarinkomen, zegt die. En dan blijkt dat het modale Vlaamse gezin vorig jaar 25.000 tot bijna 40.000 euro minder leende dan het eigenlijk aankon. Alleenstaanden daarentegen lenen gemiddeld 5.000 tot 10.000 euro te veel. Zij zijn allicht ook kwetsbaarder omdat ze het met één inkomen moeten rooien.

Toch verwacht de Immotheker geen grote problemen, al was het maar omdat de meerderheid van de bouwers en kopers afgelopen jaar zijn overgeschakeld op leningen met vaste rente. Als dan budgettaire problemen dreigden, hebben ze vaak gekozen voor een langere looptijd. Sinds de hervormingen van einde vorig jaar zijn leningen die over 25 of zelfs 30 jaar lopen fiscaal interessanter.

Uit de simulaties van John Romain (tabel) blijkt dat het beschikbaar gezinsbudget na verrekening van de fiscale leningvoordelen, van zowel gezinnen als alleenstaanden, tussen 2004 en 2005 duidelijk sneller is gestegen dan het nettogezinsinkomen.

...maar in de praktijk valt het best mee

De situatie op de markt van het woonkrediet blijkt fundamenteel veranderd. Waar vorig jaar nog drie kwart van de ontleners koos voor een jaarlijks aanpasbare rente, is dat dit jaar nog nauwelijks een kwart. Leningen op 25 jaar en zelfs meer tegen een vast tarief zijn populairder dan ooit, met dank aan de nieuwe regels voor de fiscale aftrek van woonleningen.

De kredietnemers zijn dus wel degelijk voorzichtiger geworden, zegt John Romain, de man die aan het hoofd staat van het nu al behoorlijk uitgebreide netwerk van Immothekers. Maar hoeveel risico lopen de bouwers die vorig jaar nog kozen voor een formule met variabele rente?

Een modaal gezin, zo blijkt uit de statistieken van het netwerk van tussenpersonen op de markt voor woonkrediet, begon vorig jaar (2004) aan het bouwavontuur na een gemiddelde spaarinspanning van een kleine tien jaar die bijna 74.000 euro opleverde (zie tabel op deze pagina). Bij een gemiddelde reële rente van 2 procent komt dat in koopkracht van nu overeen met een maandelijkse spaarinspanning van 558 euro.

Maar, merkt Romain op, je weet natuurlijk nooit of die spaarpot volledig eigen werk is of veeleer door de respectieve ouders gefinancierd werd. Veiligheidshalve gaan we er daarom maar van uit dat gemiddeld maar de helft daarvan de verdienste is van de kandidaat kopers. We houden dus rekening met een gemiddelde maandelijkse spaarinspanning van 280 euro.

Tijdens die spaarperiode huurde het gezin een woning. De gemiddelde huurprijs bedroeg vorig jaar 532 euro. Toen het gezin bij de notaris zijn handtekening plaatste en zo eigenaar werd van een eigen woning, beschikte het dus over een woonbudget van 532 euro en een financiële buffer van 280 euro. Samen 812 euro. Is dat voldoende om een baksteenavontuur aan te kunnen?

Gemiddeld heeft zo'n gezin een lening afgesloten van 114.000 euro en betaalde het 3,25 procent rente als - zoals zovelen toen - het voor een formule met jaarlijks aanpasbaar tarief koos. Maandelijks moet het aan de bank dus 622 euro betalen aan rente en aflossing.

Maar als het ergste zich voordoet, en de rente gaat met de maximaal voorziene 3 procentpunt omhoog tot 6,25 procent, dan stijgt dat maandelijkse bedrag , inclusief de schuldsaldoverzekering, tot 843 euro. Het gezin komt dan maandelijks 31 euro te kort. Maar dat probleem doet zich ten vroegste drie jaar na het afsluiten van de lening voor. Tegen dan is het beschikbaar inkomen door het spel van de indexeringen al zeker met 100 euro gestegen en is het budgettaire gat gedicht.

Heel concreet beschikte een modaal gezin dat afgelopen jaar klant werd bij de Immotheker over een netto maandinkomen van 2.760 euro. Zodra de lening loopt houdt het daarvan 2.138 euro per maand over. Als de rente maximaal stijgt gaat het gezin 843 euro betalen, schuldsaldo inbegrepen en houdt het 1.917 euro over.

Maar we hebben nog geen rekening gehouden met de fiscale voordelen die aan een hypotheeklening verbonden zijn. Ongeveer twee jaar na het afsluiten van de lening betaalt de fiscus 2.088 euro terug. Dat komt overeen met 174 euro per maand. Op die manier vermindert de maandlast van de lening tot 669 euro, beschikt het gezin over een maandelijks netto-inkomen van 2.091 euro en is de financiële buffer aangegroeid tot bijna 150 euro per maand, zonder rekening te houden met loonindexeringen die er ongetwijfeld zullen zijn.

Toch even oppassen, want zo'n gezin bestaat volgens de statistieken in de meeste gevallen uit twee jonge dertigers die nog aan kinderen moeten beginnen. Die brengen wel wat fiscale voordelen mee, maar dat weegt niet op tegen de duidelijk hogere kosten waar het gezin dan tegen aankijkt.

De kans is dus groot dat het gezin na enkele jaren (nagenoeg) niet meer spaart. Het vervangen van de tot op de draad versleten auto, een ziek kind, studies financieren, het wordt allemaal nog een stuk moeilijker dan het in normale omstandigheden vaak al is. Het gezin wordt financieel kwetsbaar, de verlokkingen van ,,goedkoop'' krediet worden dan groot, de gevaren zijn het nog meer.

donderdag, december 08, 2005

Autoverzekering

De winter is een gevaarlijk seizoen om onderweg te zijn. Het regent, het sneeuwt, de weg ligt onder de bladeren en het is vroeg donker op de koop toe. In de winter gebeuren dan ook meer ongevallen dan in welk ander seizoen ook. Wie goed verzekerd is, hoeft zich doorgaans minder zorgen te maken. Wie niet verzekerd is, pleegt niet alleen een strafbaar feit, maar brengt ook zichzelf en vooral anderen in gevaar. Enkele vuistregels voor een goede verzekering.

1. Is een autoverzekering verplicht?

Volgens de wet van 21 november 1989 is één verzekering verplicht voor alle motorrijtuigen die zich op de openbare weg begeven, namelijk de verzekering burgerrechtelijke of burgerlijke aansprakelijkheid (ba). Wie die verzekering niet onderschrijft, gaat in de fout en pleegt een strafbaar feit. De 'groene kaart' die het bewijs is van de lopende autopolis, is een van de verplichte boorddocumenten. Uit een recente schatting blijkt dat bijna 20 procent van de bestuurders zonder verzekering rondrijdt. Onthutsend veel.


2. Wat houdt de verzekering ba in?

Via de verzekering burgerlijke aansprakelijkheid zorgt de wetgever ervoor dat de slachtoffers van een verkeersongeval niet in de kou blijven staan. Die verzekering dekt alle lichamelijke en materiële schade die aan derden wordt toegebracht. Het begrip 'slachtoffer' wordt ruim geïnterpreteerd: zowel de tegenpartij in het ongeval als de inzittenden van het eigen voertuig vallen eronder.

De verzekering burgerlijke aansprakelijkheid dekt echter niet de lichamelijke noch de materiële schade van de eigenaar van het voertuig. Het is evident dat die burgerlijke aansprakelijkheid in werking treedt van de persoon die als schuldige voor het ongeval wordt bevestigd.

De verzekering dekt bijvoorbeeld ook het ongeval dat veroorzaakt wordt door de inzittende of passagier die het portier opengooit.

3. Wat is objectieve aansprakelijkheid?

In normale omstandigheden treedt de verzekering pas in werking als er sprake is van een fout met schade. Sinds 1 januari 1995 bestaat er ook zoiets als de 'objectieve aansprakelijkheid'. Wanneer je betrokken raakt in een ongeval met een zwakke weggebruiker - fietser of voetganger - dan zal de autoverzekering altijd de lichamelijke schade van de zwakke weggebruiker vergoeden, ongeacht wie aansprakelijk wordt gesteld voor het ongeval.


4. Als eigenaar val ik uit de boot. Wat kan ik doen?

De burgerlijke aansprakelijkheid dekt de eigenaar-bestuurder niet automatisch. Alle schade, zowel lichamelijk als materieel, blijft onvergoed tenzij een bijkomende bestuurdersverzekering wordt afgesloten. De bestuurdersverzekering vergoedt enkel de lichamelijke schade van de bestuurder-eigenaar, zoals de kosten voor ziekenhuisopname, invaliditeit, revalidatie, soms morele schade en overlijden. Sommige verzekeringsmaatschappijen stellen twee formules voor. Ofwel worden alle bestuurders gedekt die één welbepaald voertuig ooit besturen, ofwel wordt één persoon verzekerd ongeacht welk voertuig hij of zij bestuurt.


5. Kan ik ook mijn materiële schade vergoed krijgen?

Als bestuurder-eigenaar je materiële schade vergoed krijgen, is geen enkel probleem voor zover een omniumpolis wordt afgesloten. De meeste verzekeringsmaatschappijen bieden de keuze: ofwel een beperkte of kleine omnium, ofwel een volledige of full omnium.

Een beperkte omnium is heel wat goedkoper dan een volledige omniumverzekering en dekt de schade bij brand (vuur, explosie, kortsluiting, bliksem...), diefstal, glasschade, schade door natuurkrachten (vallende stenen, aardbeving, lawines, hagel, stormwinden, overstroming), schade aangebracht door loslopende dieren (overstekend wild, loslopende honden...). Sommige polissen dekken zelfs de schade veroorzaakt door neerstortende meteoorstenen, lucht- of ruimtevaartuigen of onderdelen ervan.

De volledige omnium dekt ook de 'eigen schade' en de schade die het gevolg is van vandalisme of kwaad opzet door derden. Die waarborg geldt bijvoorbeeld ook bij schade die veroorzaakt is tijdens het laden, vervoeren en lossen van het voertuig.

Een omniumverzekering dekt enkel de materiële schade.


6. Wat bij betwisting van de aansprakelijkheid?

Wanneer de twee betrokken partijen er bij een ongeval niet uitgeraken wie de schuldige is, dan is juridische bijstand welkom. Wie individueel een advocaat in de arm neemt, is vaak vertrokken voor een gepeperde rekening tenzij een verzekering rechtsbijstand wordt afgesloten. Die uitbreiding omvat juridisch advies en bijstand voor elk conflict dat voortvloeit uit het ongeval. De rechtsbijstand is echter niet onbeperkt. Sommige verzekeringsmaatschappijen beperken de bijstand tot 12.500 euro, andere gaan soms tot 40.000 euro maar vragen daarvoor uiteraard een hogere premie.


7. Hoe wordt de verzekeringspremie berekend?

Elke verzekeringsmaatschappij hanteert haar eigen criteria om het risico te bepalen. De voornaamste ingrediënten zijn de leeftijd van de bestuurder, de woonplaats, het verleden van de bestuurder (eventuele veroordelingen), merk, type en vermogen van de auto en bonus-malusgraad.

Zelfs het gedeelte burgerlijke aansprakelijkheid dat bij elke maatschappij wettelijk dezelfde dekking moet geven, kan al in prijs verschillen van maatschappij tot maatschappij. Wat de omniumverzekering betreft lopen de prijzen nog veel verder uiteen. Daar primeert de inschatting van het risico door de verzekeringsmaatschappij op basis van statistische gegevens. De verschillen kunnen enorm zijn voor ogenschijnlijk dezelfde dekking. Vergelijken is dus de boodschap.


8. Hoeveel betaalt mijn omniumverzekering bij total loss?

De meeste verzekeringsmaatschappijen houden rekening met een 'franchise'. Dat is het bedrag dat door de verzekerde zelf betaald moet worden. Doorgaans betreft dat 2,5 procent van de cataloguswaarde van het voertuig. Hier geldt het principe: hoe hoger de franchise, hoe lager de verzekeringspremie.

Het gedeelte dat door de verzekeringsmaatschappij wordt vergoed, staat in verhouding tot de leeftijd van het voertuig en bijgevolg de afschrijvingswaarde. De verzekeringsmaatschappijen onderscheiden twee formules. Bij de optie 'aangenomen waarde' betaalt de maatschappij in de eerste zes maanden het volledige bedrag van het voertuig terug zoals vermeld in de catalogus of volgens de factuurprijs. Nadien verliest het voertuig per maand 1 procent van zijn waarde. Wie al vanaf de eerste maanden de afschrijving van 1 procent laat werken, betaalt uiteraard een lagere premie.

Enkele maatschappijen voorzien zelfs een dekking van de opties in het voertuig die in een periode na de aankoop werden aangeschaft. Vaak zijn die opties gratis verzekerd ten belope van 5 procent van de cataloguswaarde van het voertuig.


9. Wat bij diefstal?

Niet alle verzekeringsmaatschappijen zijn bereid het risico op diefstal te dekken. Bepaalde maatschappijen weigeren voertuigen te verzekeren waarvan de catalogusprijs 50.000 euro overschrijdt. Soms worden hoge eisen gesteld inzake diefstalbeveiliging. Vaak volstaat een standaardalarm voor dergelijke dure wagens niet en eist de verzekeringsmaatschappij een bijkomende, gesofistikeerde antidiefstalinstallatie.

Minder dure wagens zijn tegen diefstal verzekerd via de mini- of beperkte omniumverzekering. Een diefstal impliceert dat er ook aangifte wordt gedaan bij de politiediensten én dat ook de verzekeringsmaatschappij ervan op de hoogte wordt gebracht. Sommige maatschappijen gaan over tot een vergoeding van het voertuig vijftien dagen na de aangifte van de diefstal op voorwaarde dat het voertuig niet werd teruggevonden. Andere instellingen betalen pas uit na dertig dagen. Veelal wordt tijdens die tussenperiode een vervangwagen aangeboden.

Home- en carjacking en het stelen van de sleutels, voor zover dat niet uit onachtzaamheid gebeurde, vallen ook onder die dekking. Wordt het oorspronkelijke voertuig later teruggevonden, dan heeft de verzekerde doorgaans de keuze: het voertuig recupereren en de vergoeding terugbetalen of de uitbetaalde som houden en het voertuig overlaten aan de verzekeringsmaatschappij.

woensdag, december 07, 2005

Taks op levensverzekeringen

De verzekeraars vrezen dat de nieuwe taks op levensverzekeringen massaal spaargeld zal doen verschuiven naar de banken.

DE regering heeft beslist vanaf 1 januari een taks van 1,1 procent te heffen op alle premies die gestort worden voor een individuele levensverzekering. Die ,,premietaks'' geldt voor alle levensverzekeringen: schuldsaldoverzekeringen, spaarverzekeringen van het type tak 21 (met een gewaarborgd rendement) en tak 23 (waarvan de opbrengst gekoppeld is aan een beleggingsfonds) enz. Alleen het wettelijke pensioensparen, zowel bij banken als bij verzekeraars, ontsnapt eraan.

Aanvankelijk wilde de regering de taks laten betalen door de verzekeraars zelf. Minister van Financiën Didier Reynders wilde daartoe de kosten plafonneren die ze kunnen aanrekenen. Pas toen de verzekeraars erop wezen dat dit in strijd is met de Europese regels die tariefvrijheid opleggen, gaf de regering toe. Het is dus de belegger of verzekeringsnemer die opdraait voor de taks. ,,Normaal'', zegt algemeen directeur René Dhondt van Assuralia. ,,Als de taksen op benzine opgetrokken worden, zijn het toch ook niet Shell en Total die ze betalen.''

Assuralia heeft drie grote bedenkingen bij de hele operatie.

Sommige verzekeringsproducten worden voortaan twee keer belast. Zo wordt er al een roerende voorheffing van 15 procent geheven op de opbrengst van levensverzekeringen met een looptijd van minder dan acht jaar. Daar komt nu de nieuwe taks bij. Hetzelfde geldt voor ,,rentecontracten'', waarbij een extra pensioen wordt opgebouwd dat wordt uitgekeerd via periodieke rente-uitkeringen.

Er ontstaat een fiscale discriminatie tussen gelijkwaardige beleggingsproducten. De roerende voorheffing die wordt ingevoerd op kapitalisatiebeveks, treft maar een heel beperkt deel van alle beveks, zegt Baecker. Daarentegen geldt de taks van 1,1 procent voor alle tak 23-producten, die gekoppeld zijn aan beveks. Daardoor vreest Assuralia een verschuiving van spaargeld van de verzekeringsondernemingen naar banken. ,,Bij bankverzekeraars geeft dit aanleiding tot een louter interne verschuiving'', zegt gedelegeerd bestuurder Michel Baecker van Assuralia, de beroepsvereniging van de verzekeraars. ,,Maar bij de 'zuivere' verzekeraars zal dit onvermijdelijk leiden tot omzet- en dus ook banenverlies.'' En, wat meer is, als die verschuiving er komt, wordt de beoogde opbrengst van 220 miljoen euro ook niet gehaald.

De regering wilde dat de verzekeraars, met het oog op de fiscale controle, lijsten zouden opmaken van alle premiestortingen, met de vermelding van de persoonlijke gegevens van de verzekeringsnemers. Inmiddels is dit bijgestuurd: de identiteit van de verzekeringsnemer moet niet meer doorgegeven worden, wel het contractnummer. Die bijsturing kwam er omdat de regering anders problemen zou krijgen met buitenlandse (Luxemburgse) verzekeraars. Ook dan vindt Assuralia de verplichting buiten proportie. ,,Er wordt al jarenlang een taks van 9,25 procent geheven op schadeverzekeringen'', zegt Dhondt. ,,Die taks, die 550 miljoen euro per jaar oplevert, wordt geglobaliseerd doorgestort. Als we dat correct kunnen, kunnen we dat toch ook met de 220 miljoen die de nieuwe premietaks moet opbrengen.''

donderdag, december 01, 2005

Belgen kopen voor recordbedrag op krediet

De gezinnen deden in de eerste jaarhelft voor 4,2 miljard euro aankopen op krediet. Dat is 14 procent meer dan in de eerste jaarhelft van vorig jaar en een recordbedrag over zes maanden. Nochtans kreeg de markt van het consumptiekrediet dit jaar geen impuls via het Autosalon. De stevige groei is te danken aan de belangstelling voor bancaire kredietkaarten met gespreide terugbetalingen. Dat meldt De Tijd.

De Belgische consumenten ontwikkelen steeds meer een kredietcultuur. In 2003 namen ze voor 6,5 miljard euro consumptiekredieten op. Mede onder impuls van het Autosalon steeg dat bedrag vorig jaar tot 7 miljard euro. In de eerste zes maanden van het jaar staat de teller al op 4,2 miljard euro, leren nieuwe cijfers van het Nationaal Instituut voor de Statistiek (NIS). Nochtans is 2005 een jaar zonder Autosalon. De tweejaarlijkse beurs opent begin volgend jaar opnieuw zijn deuren.

Maar de lage rente spoort meer gezinnen aan krediet op te nemen, niet enkel hypothecaire kredieten. Het bedrag dat banken en niet-financiële instellingen toekennen via leningen op afbetaling steeg in de eerste zes maanden van het jaar met 8 procent tot 2,8 miljard euro. Leningen op afbetalingen zijn consumptiekredieten voor de financiering van een specifiek verbruiksproduct.

Toch zijn het vooral de kredietopeningen die een belangrijke bijdrage leveren in de opmars van het consumptiekrediet in België. Kredietopeningen zijn kredietlijnen waarbij de consument het opgenomen bedrag gespreid kan terugbetalen. Vooral supermarkten of postorderbedrijven maakten de jongste jaren gretig gebruik van die kredietvorm om meer klanten aan te trekken. Maar sinds begin dit jaar hebben ook de banken zich volop op die kredietvorm gestort.