Toestemming van de echtgenoten om een lening aan te gaan
Het gaat zelfs verder: als de gezinswoning dient voor de waarborg van de hypotheek, moet de andere echtgenoot, ongeacht onder welk stelsel zij gehuwd zijn, hun toestemming geven.
Over Leningen & Verzekeringen.
De ziekteverzekering voor werknemers omvat de verplichte verzekering en de aanvullende vrije verzekering.
Deze aanvullende verzekering voorziet o.a. in de tussenkomst in vervoer, de hospitalisatievergoeding, premies bij bevalling. Elk verbond kan zelfstandig beslissen over de inhoud van deze aanvullende verzekering. Vandaar dat ernogal wat verschillen zijn tussen deze vergoedingen.
In de verplichte verzekering onderscheiden we twee grote afdelingen: de gezondheidszorgen en de ziekte-uitkering.
In de sector gezondheidszorgen zijn werknemers steeds verzekerd voor grote en kleine risico's. Dit betekent dat het ziekenfonds voor de meeste prestaties (zoals ziekenhuisopname, raadpleging bij een arts, verstrekkingen in de kinesitherapie,...) het grootste deel van de rekening betaalt, terwijl de patiënt zelf een klein deel betaalt, het "remgeld".
De ziekte-uitkering verschilt naargelang de duur van de ziekteperiode: het eerste jaar spreken we van de primaire arbeidsongeschiktheid, vanaf het tweede jaar over invaliditeit.
Voorwaarden:
- in orde met verzekerbaarheid
- +66 % werkonbekwaam (of niet in staat zijn 1/3 van normale loon te verdienen).
- adviserende geneesheer verwittigen met een geneeskundig attest.
Bedragen:
primaire arbeidsongeschiktheid:
Gedurende de eerste 30 dagen:
60% van brutoloon, met maximum van 2.219,- BEF per dag.
Vanaf de 31ste dag:
gezinshoofd én alleenstaande: 60 % van brutoloon met een maximum van: 2.219,-
samenwonende: 55 % van brutoloon met een maximum van: 2.034,-
Invaliditeit (vanaf 13de maand arbeidsongeschiktheid):
gezinshoofd: 65 % van brutoloon min.: 1.337,/ max.: 2.219,-
alleenstaande : 45 % van brutoloon min. :1.070,-/ max.: 1.479,-
samenwonende : 40 % van brutoloon min. : 957,-/ max.: 1.479,-
Werknemers kunnen, mits akkoord van de adviserende geneesheer, deeltijds werken. Loon en ziekte-uitkering kunnen dan gedeeltelijk gecumuleerd worden. Principe: tot 150 % van de ziekte-uitkering voor gezinshoofd, tot 125 % van de uitkering voor alleenstaande.
Let wel alle bedragen gelden in functie van de zesdaagse werkweek.

Leent u meer dan het bedrag uit de tabel, dan wordt het fiscaal voordeel slechts berekend op een stuk van uw kapitaalaflossing.
Stel bijvoorbeeld dat u voor de aankoop van uw woning 100.000 euro heeft geleend terwijl het maximum in uw geval 59.960 euro bedraagt. Op het attest dat u van de bank heeft ontvangen, leest u af dat u gedurende het eerste jaar 2.000 euro aan kapitaal heeft terugbetaald. Van dat totale bedrag komt dan slechts 59.960/100.000, hetzij 59,96 procent, in aanmerking voor de berekening van het fiscaal voordeel. U mag op uw belastingaangifte dan slechts 59,96 procent van het bedrag vermeld op het fiscaal attest opgeven als kapitaalsaflossing. In dit voorbeeld zou dat een bedrag van 1.199,2 euro zijn (2.000 euro x 0,5996). Dat 'toegelaten' gedeelte mag u aangeven op uw belastingaangifte. De belastingkorting die u hierdoor geniet, loopt in de meeste gevallen op tot 40 à 50 procent van deze som. Werd uw woning door twee partners samen aangekocht, dan mag deze kapitaalaflossing gespreid worden over beide. En dat is meestal ook het interessantst. Op die manier kan u honderden euro's extra besparen. Splitst u het bedrag verkeerd op, dan is die extra belastingwinst volledig verloren, want de ambtenaren van financiën doen het niet in uw plaats.
Met een goede belastinggids erbij kan u berekenen hoe u het bedrag precies opsplitst. Maar met de juiste software of berekeningsmodule gaat het veel sneller. U kan ook aan de bank waar u de lening afsloot, vragen om die berekening voor u te maken.
De rentevoet van toepassing op het krediet wordt dan jaarlijks aangepast. Deze rentevoet wordt gekoppeld aan de referte-index A. Elk jaar zal op de oorspronkelijke rentevoet de in de kader vermelde variabiliteitsformule toegepast worden. De aldus bekomen rentevoet zal het eerstvolgende jaar van toepassing blijven.
Hier is een ernstige waarschuwing op zijn plaats. Dit is een groot risico dat genomen wordt door steeds meer jonge gezinnen: een aanlokkelijke rentevoet en een laag (aanvangs)maandbedrag doet mening kandidaat lener een hoger bedrag lenen. Wie echter na 1 jaar geconfronteerd wordt met een rentestijging van pakweg 3% zal zijn maandbedrag drastisch zien verhogen, misschien wel in die mate dat dit de terugbetalingscapaciteit te boven gaat.
En dat de rente met 3% kan stijgen is heel realistisch, laat u het omgekeerde niet wijsmaken: een renteaanpassing gebeurt namelijk op basis van referte-indexen, en niet op basis van de aangeboden rente bij de bank.
De term "hypothecair krediet" is een term die in de wetgeving nergens uitdrukkelijk wordt gedefinieerd.
Zelfs in de Wet op het hypothecair krediet wordt geen definitie gegeven van een hypothecair krediet. In deze wet is enkel een opsomming voorzien van de soorten kredieten die beschouwd moeten worden als hypothecaire kredieten voor de toepassing van de Wet.
Een woonkrediet is normalerwijze een hypothecair krediet dat valt binnen de toepassingsvoorwaarden van de Wet op het hypothecair krediet. Dit heeft tot gevolg dat bij het afsluiten van het krediet bepaalde regels gerespecteerd moeten worden. Dit is niet onbelangrijk omdat deze regels vooral de bedoeling hebben om de kredietnemer een zekere bescherming te bieden.
Opgelet!
Een krediet gewaarborgd door een hypothecaire volmacht wordt door de Wet op het hypothecair krediet ook beschouwd als een hypothecair krediet. Voor het bekomen van de voorziene fiscale voordelen komt een krediet gewaarborgd door een hypothecaire volmacht niet in aanmerking.
Of het nu om kinderen of volwassenen gaat, u moet geen speciale maatregelen treffen. Toch neemt u best een aantal veiligheidsregels in acht.
Het verkeersreglement bepaalt dat er niet meer mensen in een auto mogen zitten dan er zitplaatsen zijn. Dit betekent vijf in totaal voor een personenauto : twee vooraan en drie achteraan. Maar het verkeersreglement gaat ervan uit dat kinderen van minder dan 12 jaar slechts 2/3 van een gewone zitplaats innemen. Een complexe regel die we als volgt kunnen vertalen:
Op de achterbank van uw wagen mogen plaatsnemen:
3 personen van 12 jaar of meer
2 personen van 12 jaar of meer en 2 kinderen van minder dan 12 jaar (een van hen zonder gordel)
1 persoon van 12 jaar of meer en 3 kinderen van minder dan 12 jaar (een van hen zonder gordel)
5 kinderen van minder dan 12 jaar (twee van hen zonder gordel).
U kunt dus in totaal zes kinderen meenemen, op voorwaarde dat ze allemaal jonger zijn dan 12. Maar twee van hen kunnen geen veiligheidsgordel dragen. Aan u om te oordelen of dit een verantwoord risico is.
Als u de toegelaten verhoudingen naleeft, kunnen bij ongeval al uw passagiers vergoed worden - of het nu om uw kinderen gaat of niet. Uw verplichte aansprakelijkheidsverzekering dekt alle lichamelijke schade die de inzittenden lijden. Enige schaduwzijde: als bestuurder bent u nooit gedekt. Tenzij u over een aangepaste verzekering beschikt.
Indien er te veel passagiers in uw wagen zaten op het ogenblik van het ongeval, heeft de verzekeraar het recht een deel van de uitgekeerde schadevergoeding terug te vorderen. De regel om het aantal passagiers te berekenen verschilt echter van die van het verkeersreglement. En de verzekeraar mag de vergoeding alleen terugvorderen als de regel van het verkeersreglement ruim overschreden werd.
Afstand van aanspraak tot schadeloosstelling op de aansprakelijke. Dit houdt in dat de verzekeraar de schade zal vergoeden, zonder deze schadevergoeding terug te eisen van de aansprakelijke.
Voorbeeld: de huurder moet in dit geval zijn huurdersaansprakelijkheid niet verzekeren en bij een schadegeval waarvoor de huurder aansprakelijk is, komt de verzekering van de eigenaar tussen.
Sinds 1 augustus 2000 zijn er een aantal nieuwe maatregelen van kracht die de kans grondvervuiling door stookolietanks willen verminderen:
Nieuwe installatie
Vlaams Gewest: Als u een reservoir installeert dat bedoeld is voor particulier gebruik en dat minder dan 5 000 l bevat, moet u de installatie melden bij Aminal (afdeling water). Dat doet u met een speciaal meldingsformulier, met als bijlage het conformiteitsattest. Voor alle andere reservoirs tot 20 000 l is een melding bij de gemeente vereist. Voor grotere reservoirs hebt u een vergunning nodig.
Brussels Hoofdstedelijk Gewest: Als u een reservoir installeert dat bedoeld is voor particulier gebruik en dat minder dan 3 000 l bevat, is er geen meldingsplicht. Voor reservoirs van 3 000 tot 10 000 l, bestemd voor particulier gebruik, is in sommige gemeenten een melding vereist. Voor alle andere reservoirs heeft u een vergunning van het Brussels Instituut voor Milieubeheer (BIM) nodig.
Waals Gewest: Als u een reservoir installeert dat bedoeld is voor particulier gebruik en dat minder dan 3 000 l bevat, is er geen meldingsplicht. Voor particuliere reservoirs, groter dan 3 000 l, moet u een exploitatievergunning aanvragen bij de gemeente. Bedrijven moeten de installatie van een reservoir altijd melden bij de Bestendige Deputatie.
Bestaande installatie
Vlaams Gewest: Particuliere tanks kleiner dan 5 000 l moeten een periodieke controle ondergaan om de vijf jaar (bovengrondse tanks), om de vier jaar (ondergrondse polyester reservoirs) of om de drie jaar (ondergrondse metalen of prefab betonreservoirs). Voor particuliere tanks van 5 000 tot 20 000 l en professionele tanks van 100 tot 20 000 l is de regeling als volgt. Bovengrondse reservoirs moeten om de drie jaar een periodieke controle ondergaan. Buiten een beschermingszone moeten ondergrondse metalen reservoirs elke twee jaar een beperkt onderzoek en elke vijftien jaar een algemeen onderzoek ondergaan. De tanks die geen permanent lekdetectiesysteem hebben en kleiner zijn dan 10 000 l, moeten ook elke twee jaar een dichtheidstest ondergaan. Buiten een beschermingszone moeten polyester tanks elke twee jaar een beperkt onderzoek ondergaan. Binnen een beschermingszone moeten metalen reservoirs jaarlijks een beperkt onderzoek en elke tien jaar een algemeen onderzoek ondergaan. Binnen deze zone geldt voor polyester tanks jaarlijks een beperkt onderzoek.
Brussels Hoofdstedelijk Gewest: Voor bestaande installaties kleiner dan 10 000 l is er geen specifieke wetgeving.
Waals Gewest: Voor bestaande reservoirs met een inhoud van minder dan 3 000 l, is er geen specifieke wetgeving. Voor grotere, ondergrondse reservoirs waarvan de buitenwand niet toegankelijk is, hangen de ultieme data en de frequentie van de dichtheidscontroles af van de leeftijd van de tank en van de datum van de vorige controle. U neemt het best contact op met uw installateur of stookolieleverancier om te vernemen waar u terechtkunt voor de controle van uw tank.
Bron: www.kbc.be